Artikel, gepubliceerd in het blad Arena van de Vereniging van Milieukundigen, november 1998
De waarde van een onderneming wordt in toenemende mate beïnvloed door haar milieuperformance. Financiële instellingen besteden bij beslissingen over investeringen en beleggingen daarom steeds vaker aandacht aan milieuaspecten van assets. Sommige profileren zich zelfs met specifieke beleggingsfondsen in milieuvriendelijke ondernemingen.
Met de invoering van verplichte milieuverslaggeving komen er meer gegevens beschikbaar over milieuprestaties van ondernemingen. Van standaardisatie, vergelijkbaarheid en geborgde kwaliteit van de gegevens is echter nog geen sprake. De (inter)nationale overheden zien het stimuleren van financiële instellingen om aandacht te besteden aan duurzaamheid als belangrijk spoor voor het verder stimuleren van milieuzorg bij ondernemingen. Inmiddels verbreed het onderwerp zich reeds, in navolging van veel Angelsaksische landen, van milieuaspecten sec tot meer ethische en sociale aspecten.
Recente onderzoeksrapporten tonen aan dat er een positieve relatie bestaat tussen de milieuprestaties van een onderneming en haar financiële resultaten en shareholder value. Shareholder value is een methode om de waarde van een onderneming naar de toekomst inzichtelijk te maken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld 'winst per aandeel'.
De World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) concludeert dat financiële instellingen tot voor kort alleen maar aandacht hadden voor de negatieve aspecten van milieuprestaties. De WBCSD constateert echter dat ook milieuaspecten wel degelijk ook de financiële prestatie van een onderneming sturen. Zij beveelt aan dat ondernemingen, financiële analisten en investeerders meer aandacht schenken aan de sturingsfactoren op het gebied van milieu en de milieuprestaties. De Universiteit van Basel en Bank Sarasin & Co concluderen in hun onderzoek 'Environmental Shareholder Value' dat milieubeschermende maatregelen, die de ondernemingswaarde verhogen, niet kapitaalintensief zijn en weinig materiaalverbruik vergen. Ze verhogen de verkoopomzet en de marges, beschermen de financieringsstroom en verhogen de langetermijnwaarde van een onderneming. Voor analisten geeft de studie aan hoe milieuaspecten op financiële wijze benaderd kunnen worden, hetgeen essentieel is om de milieu- en financiële prestaties te kunnen relateren.
Het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU Amsterdam concludeert, na een in opdracht van SNS Bank uitgevoerde verkenning, dat er sterke aanwijzingen zijn dat goede prestaties op milieugebied samengaan met een beter dan gemiddeld bedrijfsrendement.
De financiële sector heeft door haar sturingsmogelijkheden met financiële middelen een invloedrijke positie om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Diverse overheden stimuleren dan ook de financiële instellingen om actief beleid te ontwikkelen en milieuaspecten in hun bedrijfsproces te incorporeren. De UNEP Financial Services Initiative on the Environment is een voorbeeld van een internationaal stimulerend kader. In 1992 heeft zij reeds de 'Statement by financial institutions on the Environment and Sustainable Development' opgesteld. Deze verklaring geeft aan hoe financiële dienstverleners rekening kunnen houden met milieuoverwegingen. Wereldwijd hebben meer dan honderd financiële instellingen deze verklaring ondertekend. Eenzaam vertegenwoordigen de Rabobank, ASN en Triodosbank ons land. Ook heeft de UNEP specifiek voor de verzekeringsbranche een verklaring opgesteld (1996) welke inmiddels ook door vele instellingen is ondertekend. In het recente Milieuprogramma van VROM (1999-2002) wordt aangegeven dat VROM de instellingen wil ondersteunen bij het uitwerken en implementeren van de UNEP-verklaring.
Ondanks dat er nog een lange weg te gaan is, groeit het besef bij de grote financiële instellingen dat er winst te behalen is met groene financiële producten en profilering. Zo heeft binnen Nederland de ING een milieukredietregeling, de ABN-AMRO een fraai milieujaarverslag gepubliceerd, heeft SNS Bank recent een specifiek beleggingsfonds opgericht dat selectief belegt in milieuvriendelijke ondernemingen en heeft de Rabobank een afdeling
Strategisch Duurzame Ontwikkelingen opgericht dat tal van activiteiten onderneemt. Tot gezamenlijke initiatieven op milieugebied is het echter nog nauwelijks gekomen, terwijl het ontwikkelen van kennis en capaciteit om bijvoorbeeld milieuprestatiegegevens van bedrijven te verzamelen en te beoordelen voor iedere instelling een behoorlijke investering is die vaak niet tot de core-business behoort. Een positief voorbeeld is de VBDO, de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling, waarin een aantal beleggers elkaar heeft gevonden en gezamenlijk activiteiten onderneemt.
Veel bedrijven onderkennen het belang van enerzijds het verhogen van de milieuprestaties en anderzijds het meer inzichtelijk en open communiceren daarover met de stakeholders. Financiële instellingen die aandacht voor milieuaspecten hebben, dienen dus eerst deze gegevens te verzamelen. Vervolgens is inzicht nodig in de betrouwbaarheid van de informatie. Om de gegevens vervolgens te beoordelen, is een vergelijking nodig met de 'common practice' in de betreffende branche. Loopt het betreffende bedrijf achter of voorop? Benchmarking is dan ook een term die steeds meer ingevoerd wordt. Betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid zijn dus voorwaarden voor het verder kunnen gebruiken van de gegevens. Consensus over de wijze waarop dat vorm kan krijgen ontbreekt nu nog. Elke financiële instelling hanteert hiervoor eigen methoden.
Er zijn signalen dat zelfs de hoogaangeschreven ISO 14001 norm voor interne milieuzorg niet borgt dat er betrouwbare gegevens in milieurapportages van een bedrijf terechtkomen. Vergelijkbaarheid, gewenst vanuit oogpunt van benchmarking, is nog niet aan de orde; gegevens in milieuverslagen lopen bijvoorbeeld zeer uiteen. Wenselijk is de ontwikkeling van milieu-prestatie-indicatoren (of, alweer moderner, eco-efficiency-indicatoren) waarmee gegevens van bedrijven binnen een branche goed vergelijkbaar kunnen worden gemaakt. Vanuit deze optiek is van overheidswege verplichte milieuverslaggeving wel een goed sturingsinstrument. Steeds meer landen denken hier dan ook over na.
De Rabobank heeft recent het boek Duurzaam bankieren uitgebracht. Dit boek beschrijft uitvoerig de vraagstukken die zich voordoen op het raakvlak van bankieren en milieu. Dit raakvlak blijkt breed te zijn, zodanig breed zelfs dat je de vraag kunt stellen of nog sprake is van alleen een raakvlak. De voorbeelden in het boek gaan van een windmolenlease-constructie tot duurzaam bouwen. Evenals het ministerie van VROM de bedrijven indeelt in de categorieën defensief, preventief, offensief en duurzaam, hanteert de Rabobank in haar boek deze indeling voor banken. Tot welke categorie zou de Rabobank zichzelf nu rekenen?
De Nederlandse Vereniging van Banken en VROM zijn al jaren in gesprek om tot gezamenlijke acties te komen op het gebied van duurzame ontwikkeling. Dit wil maar niet vlotten omdat individuele banken geen eigen ontwikkelingen prijs willen geven omdat ze hiermee een concurrentievoordeel denken te kunnen bereiken. Impliciet wordt hiermee dus erkend dat met milieu geld valt te verdienen. Het boek van de Rabobank beschrijft ook duidelijk de voordelen van duurzaam bankieren en geeft tevens aan dat het haalbaar is.
Waar behoeften zijn, wordt naar invullingen gezocht, dat blijkt ook op dit gebied. Er zijn tal van projecten waarin flinke vorderingen worden gemaakt. Een belangrijk voorbeeld is het Global Reporting Initiative (GRI). Onder aanvoering van CERES, de Coalition for Environmental Responsible Economies, wordt gepoogd een internationale standaard te ontwikkelen voor corporate sustainable reporting. Onder meer de Duitse Vereniging voor milieumanagement in banken (VfU) doet hieraan mee. Met dit initiatief sluit men tevens aan op de ook al weer nieuwe ontwikkeling om niet alleen naar milieuprestaties van een onderneming te kijken maar ook ethische en sociale aspecten in de beoordeling mee te nemen. Iets wat in de Angelsaksische landen met de vele ethische beleggingsfondsen al langer wordt gedaan.
Concluderend kunnen we zeggen dat de relatie tussen de financiële wereld in milieu zich duidelijk aan het verstevigen is. Het 'voorspel' is duidelijk op gang gekomen, maar er is echter nog veel werk te verrichten om te spreken over een 'duurzame relatie'. Een schone taak is dus weggelegd voor de financiële instellingen, bedrijven en overheden.
Folkert van der Molen en Rob van Tilburg, DHV Milieu & Infrastructuur BV in Amersfoort, tel. 033-4682744.